Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Beschikking van 11 januari 2022 in de zaak van
[de vrouw] ,
[de man] ,
Het procesverloop
De feiten
De beoordeling
De beslissing
Arnhem-Leeuwarden
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn gehuwd in Eritrea toen de vrouw nog twaalf jaar oud was, wat neerkomt op een kindhuwelijk. Hoewel het huwelijk in Nederland is geregistreerd, is het volgens de Nederlandse wet niet erkend omdat het niet rechtsgeldig is volgens het Eritrese recht en de openbare orde in Nederland. De vrouw woont al meer dan een jaar in Nederland en de Nederlandse rechter is bevoegd en past Nederlands recht toe.
De rechtbank stelt vast dat het huwelijk niet erkend kan worden op grond van artikel 10:32 BW Pro, omdat de vrouw minderjarig was bij het sluiten van het huwelijk. De registratie in de Basisregistratie Personen doet hier niet aan af, omdat deze zonder toetsing plaatsvindt. Hierdoor is er geen voor erkenning vatbaar huwelijk dat ontbonden kan worden.
Daarom verklaart de rechtbank partijen niet-ontvankelijk in hun verzoeken tot echtscheiding en voorlopige voorzieningen. De rechter wijst erop dat partijen een verzoek tot niet-erkenning van het huwelijk kunnen indienen op grond van artikel 1:26 BW Pro om de huwelijkse band juridisch te doorbreken.
Uitkomst: Partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoeken tot echtscheiding en voorlopige voorzieningen wegens niet-erkenning van het kindhuwelijk.