ECLI:NL:RBNNE:2022:3131
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelruimte en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een winkelruimte in Groningen per waardepeildatum 1 januari 2017. Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde waarde van € 2.121.000 en stelde dat deze te hoog was vastgesteld, onder meer vanwege een te laag ingeschat leegstandsrisico en het ontbreken van bepaalde stukken. Verweerder handhaafde de waarde op basis van een taxatierapport volgens de huurwaardekapitalisatiemethode (HWK-methode).
De rechtbank oordeelde dat verweerder de waarde niet te hoog had vastgesteld. De gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor waren voldoende onderbouwd, mede gelet op de verkooptransactie kort na de waardepeildatum en vergelijkbare referentieobjecten in dezelfde winkelstraat. De stelling van eiseres dat het leegstandsrisico te laag was ingeschat vanwege de Covid-19 pandemie werd verworpen omdat de waardepeildatum vóór de uitbraak lag.
Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsfase. De totale termijnoverschrijding bedroeg 29 maanden, waarvan 4 maanden aan verweerder en 25 maanden aan de rechtbank werden toegerekend. De vergoeding werd verdeeld tussen verweerder en de Minister voor Rechtsbescherming. Tevens werden proceskosten en griffierecht deels vergoed.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om immateriële schadevergoeding toe, en veroordeelde verweerder en de Minister tot betaling van respectievelijk delen van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en een immateriële schadevergoeding van € 2.500 wordt toegekend wegens termijnoverschrijding.