Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.de vennootschap onder firma Kappersmagazijn,
1.Het verdere procesverloop
2.De verdere beoordeling van het geschil
€ 1.245,00(2.5 punten x tarief € 498,00)
Rechtbank Noord-Nederland
In deze zaak staat centraal of Kappersmagazijn c.s. vanwege de coronapandemie recht heeft op huurkorting en of de huurovereenkomst ontbonden kan worden wegens huurachterstand. De Hoge Raad oordeelde dat corona een onvoorziene omstandigheid kan zijn bij huurovereenkomsten gesloten voor 15 maart 2020, mits de huurder afhankelijk is van publiek en het gehuurde 290-bedrijfsruimte betreft.
De kantonrechter stelt vast dat Kappersmagazijn c.s. een groothandel is die kantoorruimte en magazijn huurt (7:230a-bedrijfsruimte) en niet afhankelijk is van publiek in het gehuurde. Daarom is geen sprake van onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW Pro en is huurkorting niet gerechtvaardigd. De huurachterstand tot februari 2022 van € 20.560,27 wordt erkend en toegewezen.
De kantonrechter oordeelt dat de omvang van de huurachterstand een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt, maar verleent een terme de grâce omdat Kappersmagazijn c.s. aangeeft direct te kunnen betalen. Daarnaast wordt het boetebeding gematigd omdat het onverkort toepassen leidt tot een buitensporige boete van ruim 136% per jaar, terwijl de werkelijke schade beperkt is tot wettelijke rente.
De kantonrechter veroordeelt Kappersmagazijn c.s. tot betaling van de huurachterstand, maandelijkse huur vanaf maart 2022, gematigde boetes, incassokosten en proceskosten. In reconventie wordt [eiser] veroordeeld tot betaling van € 10.000 schadevergoeding wegens lekkage. Proceskosten worden deels toegewezen en deels gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurovereenkomst ontbonden wegens huurachterstand, boetes gematigd en termijn verleend voor betaling en ontruiming.