Eisers verzochten schadevergoeding voor schade aan hun woning door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld. Verweerder wees dit verzoek af omdat de woning meer dan zes kilometer van het Groningenveld ligt en de trillingssterkte niet werd overschreden. Eisers hadden de woning in 2005 gekocht en in 2018 verkocht aan een koper. De vraag was of de vordering tot schadevergoeding was overgedragen aan de koper.
De rechtbank stelde vast dat in de koopovereenkomst en leveringsakte een algemene overdracht van alle aanspraken ten aanzien van de woning was opgenomen, zonder voorbehoud voor de schadevergoeding wegens mijnbouwschade. De koper had kort na de overdracht zelf een schadevergoeding aangevraagd. Eisers konden niet aannemelijk maken dat zij nog rechthebbenden waren.
Omdat eisers geen belanghebbenden waren, was hun verzoek geen aanvraag in de zin van de Awb en was het bestreden besluit niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.