Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.1. Procesverloop
2.2. Beoordeling
3.Beslissing
mr. B.R. Tromp.
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 19 september 2022 een wrakingsverzoek van verzoekster tegen mr. B.R. Tromp, kinderrechter te Groningen. Dit verzoek volgde op een mondelinge einduitspraak van mr. Tromp op 9 september 2022 in een voorlopige voorzieningenprocedure tussen verzoekster en verweerder.
Verzoekster diende het wrakingsverzoek in op 13 september 2022, nadat de behandeling van de zaak feitelijk was afgerond met de einduitspraak. De rechtbank oordeelde dat een wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is indien het na de einduitspraak wordt ingediend, omdat de zaak dan niet meer in behandeling is bij de rechter. Het feit dat er nog een bodemprocedure loopt, deed hieraan niet af.
De wrakingskamer zag daarom af van inhoudelijke beoordeling en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk. Tevens werd benadrukt dat de wrakingskamer niet bevoegd is om de juistheid van rechterlijke beslissingen te beoordelen; dit is voorbehouden aan de rechter die de zaak behandelt in een rechtsmiddelprocedure.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat het verzoek na de einduitspraak werd ingediend.