Eiser wendde zich tot de rechtbank tegen het besluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen dat zijn aanvraag tot schadevergoeding wegens aardbevingsschade deels afwees. De rechtbank oordeelde dat het deskundigenonderzoek en de motivering van het besluit gebreken vertoonden, met name bij de aanwijzing van autonome oorzaken voor diverse schades.
Tijdens het beroep vroeg verweerder nadere adviezen aan deskundigen Frankort en Nabben, die de gebreken naar het oordeel van de rechtbank voldoende herstelden door een gedetailleerde onderbouwing van de schadeoorzaken, waaronder ongelijke zetting en thermische werking. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor de schades 1-19, 27 en 28-32, maar handhaafde de rechtsgevolgen op basis van het aanvullende advies.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser en droeg verweerder op het betaalde griffierecht te vergoeden. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.