De rechtbank Noord-Nederland heeft op 20 oktober 2022 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over haar minderjarige kind, geboren in 2020. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om het gezag van de moeder te beëindigen en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd te benoemen, gezien de ernstige problematiek van de moeder en het belang van het kind bij stabiliteit.
De moeder kampt met verslaving, psychische problemen, agressie en een verstandelijke beperking, waardoor zij niet in staat wordt geacht binnen afzienbare tijd de zorg en opvoeding van het kind op zich te nemen. Het kind verblijft sinds 2021 in een pleeggezin waar hij zich voorzichtig positief ontwikkelt, maar er is geen contact met de moeder. De rechtbank weegt het belang van het kind op duidelijkheid en continuïteit zwaar en concludeert dat het gezag van de moeder moet worden beëindigd.
Het verzoek van de moeder om een deskundigenonderzoek op grond van artikel 810a lid 2 Rv wordt afgewezen vanwege het belang van het kind bij duidelijkheid en stabiliteit. De GI wordt benoemd tot voogd, omdat zij al betrokken is en de belangen van het kind kan behartigen zonder de pleegouders te belasten met voogdijtaken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.