Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De verzoeken
3.De standpunten van partijen en de visie van de RvdK
4.De beoordeling
5.Beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
872
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een man over een minderjarige. De procedure begon met verzoeken van de man, die deze later introk. De bijzondere curator, benoemd om de belangen van de minderjarige te behartigen, maakte gebruik van haar zelfstandige bevoegdheid om alsnog een verzoek tot vaststelling in te dienen.
Partijen waren het erover eens dat de man de biologische vader is, en de rechtbank vond dat er voldoende omstandigheden waren om dit vast te stellen zonder DNA-onderzoek. De vrouw betwistte de ontvankelijkheid van de bijzondere curator en stelde dat het juridisch vaststellen van het vaderschap niet in het belang van het kind zou zijn vanwege haar persoonlijke problematiek en angst voor de man.
De Raad voor de Kinderbescherming had geen bezwaren tegen toewijzing van het verzoek. De rechtbank oordeelde dat het intrekken van de verzoeken door de man de zelfstandige bevoegdheid van de bijzondere curator niet beëindigt en dat het vaderschap juridisch moet worden vastgesteld. De werkzaamheden van de bijzondere curator werden na deze beslissing beëindigd.
Uitkomst: Het vaderschap van de man over de minderjarige is gerechtelijk vastgesteld.