ECLI:NL:RBNNE:2022:4435
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke toewijzing ontnemingsvordering wegens hennepteelt in woning
De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €49.948,29 op grond van bewezenverklaarde hennepteelt in de woning van veroordeelde in de periode van augustus tot en met december 2017 en vermeende teelt daarna.
Veroordeelde stelde dat de kwekerij niet in werking was en dat de oogst mislukt was, waardoor geen voordeel was genoten. De rechtbank oordeelde echter dat de aangetroffen omstandigheden, zoals vervuiling en resten van hennep, wijzen op een daadwerkelijke oogst die groter was dan de 440 gram toppen die gevonden zijn. Op basis van BOOM-normen werd een opbrengst van circa 3,5 kg als reëel beschouwd.
De rechtbank verwierp het standpunt dat er na 31 december 2017 nog hennep werd geteeld, omdat dit niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld. De vordering voor die periode werd daarom afgewezen.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel resulteerde in een bedrag van €11.635,20, dat veroordeelde aan de staat moet betalen. Tevens werd de duur van de gijzeling vastgesteld op maximaal 232 dagen.
De beslissing werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 10 november 2022.
Uitkomst: Veroordeelde moet €11.635,20 aan wederrechtelijk verkregen voordeel betalen; overige vordering afgewezen.