Eisers zijn eigenaar van een woning die zij recreatief gebruiken, terwijl het bestemmingsplan dit verbiedt tenzij sprake is van een persoonsgebonden overgangsrecht. Dit overgangsrecht geldt alleen indien recreatief gebruik onafgebroken plaatsvond sinds 1 juni 1994. Eisers stelden dat dit het geval was, maar konden dit niet aannemelijk maken.
De rechtbank oordeelde dat de woning op 1 juni 1994 permanent bewoond werd door een derde, zoals blijkt uit inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie en de omstandigheden van tijdelijke verhuizing vanwege nieuwbouw. Eisers konden dit niet weerleggen met voldoende bewijs, ondanks het horen van getuigen.
Verder wees de rechtbank het beroep af omdat de peildatum niet onredelijk is en er geen plaats is voor een exceptieve toetsing van het bestemmingsplan. Ook is geen gedoogbeschikking van rechtswege ontstaan, omdat een aanvraag daartoe geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
Het beroep is daarmee ongegrond verklaard, de last onder dwangsom blijft in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot op 21 november 2022.