ECLI:NL:RVS:2021:1745
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- W.D.M. van Diepenbeek
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing gebruik en bouw van bouwwerk in strijd met bestemmingsplan
Het geschil betreft het gebruik en de bouw van een bouwwerk in de achtertuin van een perceel in Arnhem, verhuurd als zelfstandige woonruimte, en de handhaving daarvan door het college van burgemeester en wethouders. Appellant sub 1 klaagt over overlast en betwist het beroep op het overgangsrecht door appellant sub 2, eigenaar van het perceel.
De Afdeling oordeelt dat appellant sub 2 aannemelijk heeft gemaakt dat het bouwwerk op de peildatum 1 mei 2001 werd verhuurd en sindsdien zonder belangrijke onderbrekingen is gebruikt als woonruimte, waardoor het gebruik onder het overgangsrecht valt. Het college is daardoor niet bevoegd handhavend op te treden tegen het gebruik.
Tegelijkertijd is vastgesteld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat de bouwactiviteiten vergunningvrij waren. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat voor de aanpassingen een vergunning nodig was. Het besluit van 7 november 2019 waarin het college dit niet goed heeft onderzocht en gemotiveerd, wordt vernietigd.
De Afdeling bevestigt het eerdere vonnis van de rechtbank, verklaart het hoger beroep van appellant sub 1 gegrond en dat van appellant sub 2 ongegrond, en beveelt het college een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering over handhaving van de bouwactiviteiten. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Hoger beroep appellant sub 1 gegrond, besluit 7 november 2019 vernietigd, nieuw besluit vereist.