Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De beoordeling
4.Beslissing
Arnhem-Leeuwarden.
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn in 2006 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden die een gemeenschap van en/of rekeningen regelen en bepalingen bevatten over draagplicht en vergoedingsrechten. De echtscheiding is in november 2021 uitgesproken, waarna de afwikkeling van vergoedingsrechten tussen partijen onderwerp van geschil werd.
De man verzocht een voorschot op een vergoedingsrecht voor aflossingen op een paardenstal en grasland, maar de rechtbank wees dit af vanwege onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een spoedeisend belang. De vrouw verzocht vergoeding van een deel van een erfenis besteed aan woningverbouwing en huishoudkosten, maar dit verzoek werd afgewezen omdat onvoldoende is gesteld over de kosten en draagplicht, en er een mondelinge overeenkomst bestond over gelijke bijdragen.
De rechtbank kende de vrouw een vergoeding toe voor een aanbetaling op een motor van de man, gebaseerd op het nominaliteitsbeginsel uit de huwelijkse voorwaarden. Ook werd de man veroordeeld tot betaling van vergoedingen voor reparatiekosten van de motorboot. De vordering van de vrouw tot vergoeding van te veel betaalde huishoudkosten werd afgewezen vanwege het vervalbeding in de huwelijkse voorwaarden dat vergoedingsrechten drie maanden na het kalenderjaar doet vervallen.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot betaling van € 4.360,00 en € 17.000,00 aan vrouw; overige vergoedingsvorderingen worden afgewezen.