Uitspraak
4.Recht op vergoeding van waardedaling wegens de bevingsgeschiedenis
5.Cessie van vorderingen tot waardevermindering
.”
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser vordert vergoeding voor waardedaling van zijn woning gelegen in het aardbevingsgebied, met name voor de periode 22 juni 2017 tot 1 januari 2019. Hij stelt dat hij de hoogste prijs heeft betaald en dat de waardevermindering en het imago-effect zijn toegenomen na zijn aankoop. Verweerder, het Instituut Mijnbouwschade Groningen, wijst dit af omdat alleen eigenaren op 16 augustus 2012 recht hebben op vergoeding van het imago-effect en er in de eigendomsperiode van eiser geen bevingen met voldoende trillingssnelheid hebben plaatsgevonden.
De rechtbank overweegt dat de schaderegeling gebaseerd is op de Tijdelijke wet Groningen en de methode van Atlas voor gemeenten, die als redelijk en aanvaardbaar wordt beschouwd. De waardedaling is per postcodegebied vastgesteld en is reeds verwerkt in de aankoopprijs van de woning. Daarnaast is de cessie van waardedalingsvorderingen niet ondubbelzinnig overeengekomen in de koopakte, waardoor deze niet aan eiser toekomt.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit van verweerder. Eiser kan tegen deze uitspraak in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot vergoeding van waardedaling wordt afgewezen.