ECLI:NL:RBNNE:2022:801
Rechtbank Noord-Nederland
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek herziening voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken novum
In deze bestuursrechtelijke zaak verzocht de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om herziening van een voorlopige voorziening die op 10 februari 2022 was getroffen. De voorzieningenrechter had toen bepaald dat de verzoeker zich mocht gedragen alsof hij in het bezit was van een IJsselmeervergunning met drie certificaten.
De minister stelde dat de verzoeker slechts een afgeleid belang had omdat hij een certificaat huurde van een derde partij, en dat de voorlopige voorziening ten onrechte ook betrekking had op dat certificaat. De minister verwees naar een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die volgens hem relevant was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om herziening een buitengewoon rechtsmiddel is dat alleen kan worden toegewezen bij nieuwe feiten of omstandigheden (nova). De minister bracht echter geen nieuw feitelijk bewijs aan en stelde slechts een juridische interpretatie ter discussie, wat niet tot herziening kan leiden.
Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de voorlopige voorziening is afgewezen wegens het ontbreken van een novum.