Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Ter inleiding
2.De procedure
- de door Cosis c.s. uitgebrachte dagvaarding van 25 februari 2022,
- de conclusie van antwoord van de gemeenten,
- de incidentele conclusie tot tussenkomst/voeging van Dichtbij,
- de akte overlegging productie 20 van Cosis c.s.,
- de akte overlegging producties 37 t/m 44 van de gemeenten,
- de akte overlegging producties 21 t/m 24 van Cosis c.s.,
- de mondelinge behandeling van 9 maart 2022,
- de beslissing van de voorzieningenrechter in het incident om Dichtbij als tussenkomende partij toe te laten,
- de pleitnota van Cosis c.s.,
- de pleitnota van de gemeenten,
- de pleitnota van Dichtbij.
3.De feiten
Procesdocument Inkoopprocedure Wmo-begeleiding(hierna te noemen: het Procesdocument) versie 17 februari 2022 opgesteld. In dit Procesdocument is onder meer het volgende vermeld:
2.PROCEDURE
5.GUNNINGSCRITERIA / PLAN VAN AANPAK EN BEGELEIDINGSPLAN
komt aanbieder niet voor verdere beoordeling en gunning van het betreffende (sub)perceel in aanmerking en wordt aanbieder voor het betreffende (sub)perceel uitgesloten van de inkoopprocedure.
komt aanbieder niet voor verdere beoordeling en gunning van het betreffende (sub)perceel in aanmerking en wordt aanbieder voor het betreffende (sub)perceel uitgesloten van de inkoopprocedure.
concept overeenkomst wmo-begeleiding tussen de individuele gemeenten: gemeente Oldambt, gemeente Pekela en gemeente Stadskanaal en [naam aanbieder](hierna te noemen: de conceptovereenkomst) opgesteld. In deze conceptovereenkomst is onder meer vermeld:
(…)
eerste Nota van Inlichtingenis onder meer vermeld:
minimaal € 1.000.000,- per gebeurtenis en minimaal 2 gebeurtenissen per jaar). Dit zal overgenomen worden in de overeenkomst.
neergelegd in "Hoofdstuk 5 Gegevensverwerking" van de Wmo 2015. Als de contractant meent dat er met andere partijen dan de in de Wmo 2015 genoemde gelimiteerde krijg uitwisseling van persoonsgegevens nodig is over de inwoner dan dient contractant dat zelf met de inwoner conform de AVG te regelen. Als een weigering om gegevens te delen met andere partijen het uitvoeren van de dienstverleningsopdracht belemmert, zal dat besproken moeten worden met de gemeente.
tweede Nota van Inlichtingenis onder meer vermeld:
derde Nota van Inlichtingenis onder meer vermeld:
kennelijkniet in overeenstemming is met de doelen van hoofdstuk 5. Het ter inzage verlangen van het begeleidingplan is derhalve niet proportioneel en niet noodzakelijk.
juridisch onjuist. Eén en ander betekent dat het vereiste in aanbestedingsstukken om het begeleidingsplan te delen met de opdrachtgever moet worden geschrapt.
onderdeeluitmaken van de factor 'overhead', met een kostenfactor van 3,1%. Daardoor wordt een essentieel onderdeel van de kosten nergens in de berekening betrokken, zodat geen sprake is van een reële prijs en de vastgestelde prijs in strijd is met deze AMVB. Het is ongetwijfeld juist dat alle aanbieders tijdens het onderzoek de mogelijkheid hebben gehad om hierop te reageren, maar dat betekent niet dat daarmee alle componenten zijn meegenomen. Uw gemeenten lijken te willen cherrypicken uit de rekentool, zodat alle elementen uit de AMVB mee te willen nemen. Daarmee wordt niet transparant gehandeld.
4.Het geschil
5.De beoordeling in het incident
6.De beoordeling in de hoofdzaak
bevoegdheidom bijzondere persoonsgegevens van een cliënt te mogen verwerken. Dat is echter iets anders dan een
verplichtingvan aanbieders om persoonsgegevens van een cliënt aan de gemeente te verstrekken. Hier gaat het om dat laatste.
niethet goedkeuren van een begeleidingsplan.
resultaatsverplichtingniet genoemd. Naar aanleiding van vragen van aanbieders hebben de gemeenten in NvI 1 en NvI 3 desgevraagd bevestigd dat op zorgaanbieders een resultaatsverplichting rust om in het begeleidingsplan gestelde doelen te behalen. In zijn algemeenheid gaat deze eis naar het oordeel van de voorzieningenrechter te ver en is deze niet proportioneel. Het behalen van genoemde doelen is een samenspel van zorgaanbieder en cliënt. Zorgaanbieder heeft het daarmee niet
alleenin haar macht om te bewerkstelligen dat doelen worden behaald. Dit klemt naar voorlopig oordeel te meer gelet op de aard van de doelgroep die de zorgaanbieder moet bedienen, waaronder zich kwetsbare personen bevinden. Indien doelen niet worden behaald, dan is daarmee - anders dan de gemeenten menen - dus nog niet op voorhand al sprake van tekortschieten van de zorgaanbieder. Dat zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld. In zoverre behoeven de aanbestedingsstukken althans de uitleg die de gemeente daaraan geeft aanpassing. Dat de gemeenten, zoals zij hebben bepleit, graag zogenoemde "zorgcowboys" willen kunnen aanpakken indien hun dienstverlening tekortschiet en daarbij een goede bewijspositie willen hebben, is voorstelbaar, maar ontslaat de gemeenten niet van hun verplichting om in de aanbestedingsstukken, die immers voor
alleaanbieders gelden, voldoende proportionele criteria neer te leggen.
carte blancheom te oordelen dat sprake is van verwijtbaar handelen. Daarmee weten aanbieders onvoldoende waar zij aan toe zijn.
dat iedere medewerker van een aanbieder begeleiding moet kunnen bieden op basis van de volgende competenties:
(c) voert overleg over niet-passende begeleiding met bij de cliënt betrokken zorgverleners, de Wmo-consulent of - casusregisseur en de eigen leidinggevende (…)
(d) maakt als dat nodig of wenselijk is, afspraken met de cliënt (of diens vertegenwoordiger) over aanpassingen en verbeteringen die passen binnen het begeleidingsplan.
in algemene zinop te korte termijnen, zonder voldoende concreet aan te geven waarom de
specifieketermijnen waar zij bezwaar tegen hebben in de gegeven omstandigheden te kort zouden zijn. Van Cosis c.s. en Dichtbij had mogen worden verlangd dat zij per gewraakte termijn hadden uiteengezet waarom deze disproportioneel is. Dat hebben zij niet gedaan, zodat voorshands niet aannemelijk is dat er sprake is van disproportionele termijnen. Voor rechterlijk ingrijpen op dit punt is dan ook geen plaats. Het vorenstaand lijdt slechts uitzondering voor de termijn voor het doen van inschrijvingen na het publiceren van gewijzigde aanbestedingsstukken, waarover later in dit vonnis meer.
Succhi di Fruttavolgt dat de voorwaarden van een aanbesteding duidelijk, nauwkeurig en ondubbelzinnig moeten worden geformuleerd. Naar voorlopig oordeel zijn de door de gemeenten gehanteerde gunningscriteria (concreet: hoe wordt bepaald of de inschrijving een voldoende of een onvoldoende scoort) vooralsnog onvoldoende objectief geformuleerd. Het moet voor een aanbieder bij het opstellen van zijn inschrijving voldoende duidelijk zijn hoe zijn inschrijving een voldoende kan halen. De criteria daarvoor acht de voorzieningenrechter te vaag geformuleerd. Dat er een zekere subjectiviteit in de beoordeling van een inschrijving zit, is logisch, maar het moet voor een inschrijver wel voldoende duidelijk zijn hoe hij de gebruikte lat kan halen en dat is hier vooralsnog niet het geval. Daarbij gaat het naar het oordeel van de voorzieningenrechter om het volgende. Het criterium dat het plan van aanpak door het beoordelingsteam als acceptabel en realistisch moet worden beoordeeld, is te vaag. Dit roept de vraag op hóe de inschrijver ervoor kan zorgen dat zijn inschrijving voldoende acceptabel en realistisch is. De gemeenten dienen dit criterium dan ook nader te objectiveren. Zoals het nu is geformuleerd, is een inschrijver als het ware 'overgeleverd' aan het subjectieve oordeel van het beoordelingsteam dat het plan van aanpak 'acceptabel' en 'realistisch' is. Om een voldoende te kunnen scoren op het begeleidingsplan moeten de door de zorgaanbieder geformuleerde doelen naar het oordeel van het beoordelingsteam voldoende 'specifiek, meetbaar en passend bij de casus zijn'. Ook hier ontbreekt een concrete uitwerking. Hoe kan de inschrijver deze lat halen?