Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.
Ten aanzien van feit 1 subsidiair:
Wijst de vorderingen van de benadeelde partij
[aangever]toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan deze benadeelde partij te betalen van een bedrag van
€ 1.264,76(zegge: twaalfhonderdvierenzestig euro en zesenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2019. Dit bedrag bestaat uit € 464,76,- aan materiele schade en uit € 800,- aan immateriële schade.
Wijst de vordering van ten aanzien van de materiële schade af voor wat betreft de meer gevorderde eigen risico van de zorgverzekering, de gevorderde niet genoten geboekte vakantie Centerparcs en reiskosten af.
Verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte, de verplichting op om ten behoeve van [aangever] aan de Staat te betalen een bedrag van € 1.264,76 (zegge: twaalfhonderdvierenzestig euro en zesenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2019 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 464,76,- aan materiele schade en uit € 800,- aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 22 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van feit 2 subsidiair:
Wijst de vorderingen van de benadeelde partij
[aangever]toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan deze benadeelde partij te betalen van een bedrag van
€ 879,95(zegge: achthonderdnegenenzeventig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2019. Dit bedrag bestaat uit € 479,95,- aan materiele schade en uit € 400,- aan immateriële schade.
Verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte, de verplichting op om ten behoeve van [aangever] aan de Staat te betalen een bedrag van € 879,95 (zegge: achthonderdnegenenzeventig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2019 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 479,95,- aan materiele schade en uit € 400,- aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 17 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van feit 3:
Wijst de vorderingen van de benadeelde partij
[aangever]toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan deze benadeelde partij te betalen van een bedrag van
€ 798,15(zegge: zevenhonderdachtennegentig euro en vijftien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2019. Dit bedrag bestaat uit € 198,15,- aan materiele schade en uit € 600,- aan immateriële schade.
Verklaart de vordering voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [aangever] aan de Staat te betalen een bedrag van € 798,15 (zegge: zevenhonderdachtennegentig euro en vijftien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2019 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 198,15,- aan materiele schade en uit € 600,- aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 15 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van feit 3:
Verklaart de vordering van de benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijk.
Ten aanzien van feit 3:
Verklaart de vordering van de benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijk.
Ten aanzien van feit 3:
Verklaart de vordering van de benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijk.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Wolters, voorzitter, mr. E. Läkamp en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. J.D. Zwaagstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 maart 2022.
Mr. E.P. van Sloten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.