Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 maart 2023 in de zaken tussen
([adres] ), eiseres sub 1,
([adres]), eisers sub 2,
([adres] ), eiser sub 3.a.,
([adres]), eiser sub 3.b.,
([adres]), eiser sub 3.c.,
het college van burgemeester en wethouders van Groningen, verweerder,
derde-partijheeft aan de gedingen deelgenomen: [belanghebbende], gevestigd te [plaats], vergunninghoudster,
Procesverloop
Overwegingen
Feiten en omstandigheden
‘D. Nieuwbouw op open plekken: het bouwen van woningen of andere gebouwen ter opvulling van een reeds bestaande open plek in een bestaande bebouwingsstructuur, mits:
Toepasselijke regelgeving
Overwegingen
Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) blijkt dat de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband is tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van degene die in (hoger) beroep komt.