ECLI:NL:RVS:2022:900
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vaststelling hogere grenswaarden wegverkeerslawaai voor nieuwbouw Valkenswaard
Op 16 juni 2020 stelde het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard hogere grenswaarden vast voor het wegverkeerslawaai ter voorbereiding van de bouw van vier appartementen en een commerciële ruimte op een perceel in Valkenswaard. Appellanten, eigenaren en exploitanten van een nabijgelegen garagebedrijf, maakten bezwaar omdat zij vrezen voor beperkingen van hun bedrijfsvoering.
Zij voerden aan dat de normen van de Wet geluidhinder (Wgh) werden overschreden en dat het college ten onrechte alleen rekening hield met wegverkeerslawaai en uitging van vervangende nieuwbouw. Het college en de Raad van State oordeelden dat het relativiteitsvereiste uit artikel 8:69a Awb in de weg staat aan vernietiging van het besluit, omdat de Wgh alleen de belangen van bewoners of gebruikers van de nieuwbouwwoningen beschermt, niet die van bedrijven.
De Raad van State verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd bevestigd dat hogere waarden voor wegverkeerslawaai niet bedoeld zijn ter bescherming van bedrijfsbelangen. De door appellanten aangevoerde norm van een goede ruimtelijke ordening werd niet inhoudelijk beoordeeld vanwege het relativiteitsvereiste. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot vaststelling van hogere grenswaarden voor wegverkeerslawaai is ongegrond verklaard.