De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, nadat het WIJ-team zonder deugdelijk onderzoek had geconcludeerd dat er een risico op eerwraak bestond. Ouders stemden aanvankelijk onder druk in met een vrijwillige uithuisplaatsing op een geheime locatie, maar wilden later weten waar hun dochter verbleef. De kinderrechter oordeelde dat de verdenkingen van eerwraak ongegrond waren en dat het onzorgvuldig was om zonder passend onderzoek kinderbeschermingsmaatregelen te treffen.
Desondanks achtte de kinderrechter de maatregelen nog steeds noodzakelijk vanwege de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige. Zij heeft een belaste voorgeschiedenis, is ernstig getraumatiseerd en kampt met integratieproblemen en identiteitsontwikkeling. Er is geen contact meer met de ouders, geen woonperspectief en zij volgt geen onderwijs. Hulpverlening is dringend nodig om haar ontwikkeling te ondersteunen.
De kinderrechter verlengde daarom de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 12 mei 2023 en bepaalde een nieuwe mondelinge behandeling. Voorafgaand hieraan moet de Raad en de gecertificeerde instelling schriftelijk rapporteren over behandeladviezen, onderwijsopties, woonperspectief en contactherstel met ouders. De minderjarige wordt uitgenodigd deel te nemen aan de zitting. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.