Eiser betwistte het primaire besluit van de Nationale Coördinator Groningen (NCG) dat zijn woning voldoet aan de veiligheidsnorm op basis van een typologische beoordeling. Na bezwaar stelde de NCG dat de woning niet typologisch kan worden ingedeeld en dat nader onderzoek nodig is, maar nam geen nieuw inhoudelijk besluit over de veiligheidsnorm.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit van 26 januari 2023 niet als een nieuw besluit kan worden beschouwd, omdat het geen beslissing bevat over de vraag of de woning voldoet aan de veiligheidsnorm. De NCG moet een nieuw besluit nemen dat deze beoordeling wel bevat.
De voorzieningenrechter vernietigde het bestreden besluit en gaf de NCG zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het overschrijden van deze termijn, het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, en de NCG veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.