ECLI:NL:RVS:2020:219
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig nemen handhavingsbesluit door college Asten
Appellant, eigenaar van een perceel in Asten, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Asten om handhavend op te treden tegen illegale situaties op een aangrenzend perceel. Het college wees dit verzoek aanvankelijk af, maar herzag dit gedeeltelijk na bezwaar en kondigde een nieuw handhavingsbesluit aan. Appellant stelde het college in gebreke wegens het niet tijdig nemen van dit besluit en startte een beroep bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, stellende dat na het herroepen besluit een nieuwe beslistermijn van zes weken was gestart. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat dit onjuist is en dat het college binnen de oorspronkelijke termijn een vervangend besluit had moeten nemen. Omdat het college dit niet tijdig deed, is de dwangsom verschuldigd.
Verder oordeelt de Afdeling dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen mede betrekking had op de alsnog genomen besluiten van januari 2019, die niet volledig tegemoet kwamen aan het verzoek van appellant. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, stelt de dwangsom vast op €1.260,00 en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Afdeling stelt vast dat het college een dwangsom van €1.260,00 is verschuldigd wegens het niet tijdig nemen van het handhavingsbesluit.