ECLI:NL:RBNNE:2023:1728
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onderhoudsverplichting watergang wegens onduidelijke erfgrens en kwalificatie waterpartij
Eiser [A] vordert dat de Stichting wordt veroordeeld tot onderhoud van een watergang die de percelen zou scheiden, met dwangsom en kostenvergoeding. De waterpartij is door eiser aangelegd, deels op het perceel van de Stichting zonder toestemming, en het waterpeil wordt kunstmatig op peil gehouden met stuwen en een overloopduiker.
De kern van het geschil is of de waterpartij kwalificeert als een watergang en of deze zich deels op het perceel van eiser bevindt. De kantonrechter oordeelt dat de kwalificatie moet worden beoordeeld naar de situatie bij aankoop van het perceel door eiser, waarbij de waterpartij een greppel was die water opvangt en afvoert, en dus een watergang kan zijn. Echter, de wijzigingen door eiser zijn onrechtmatig en mogen niet leiden tot een gunstiger positie.
Ten aanzien van de ligging van de watergang is onvoldoende onderbouwd dat deze zich deels op het perceel van eiser bevindt. De door eiser overgelegde tekeningen en metingen worden door de Stichting gemotiveerd betwist en eiser heeft zijn stellingen onvoldoende onderbouwd. Omdat de vorderingen gebaseerd zijn op de watergang die zich op beide percelen zou bevinden, worden de vorderingen afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.A. Werkema en op 2 mei 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing dat de watergang zich deels op zijn perceel bevindt.