ECLI:NL:RBNNE:2023:1786
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen gedeeltelijke afwijzing schadevergoeding mijnbouwschade
Eiser diende een aanvraag in bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen voor vergoeding van schade aan een bedrijfsgebouw dat deels als woonruimte wordt gebruikt. Na een eerste schadeadvies werd een gedeeltelijke vergoeding toegekend, maar een herzien advies concludeerde dat de schade autonome oorzaken had en niet door bodembeweging was veroorzaakt. Het Instituut handhaafde daarop een gedeeltelijke vergoeding en wees het bezwaar van eiser af.
Eiser voerde aan dat de deskundigen niet onafhankelijk waren en dat toezeggingen waren gedaan over vergoeding, maar de rechtbank vond onvoldoende concrete aanwijzingen om aan de deskundigheid of onafhankelijkheid te twijfelen en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat toezeggingen waren gedaan.
Het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW was niet in geschil, maar de rechtbank stelde vast dat het Instituut met deskundigenrapporten voldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade autonome oorzaken had, zoals bouwfouten, thermische werking en mechanische belasting. Eiser bracht geen contra-expertise in en maakte geen gebruik van de gelegenheid dit alsnog te doen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het besluit van het Instituut en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter Bruinenberg op 21 april 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de gedeeltelijke afwijzing van zijn schadevergoeding is ongegrond verklaard.