ECLI:NL:RBNNE:2023:1805
Rechtbank Noord-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontbreken spoedeisend belang bij vordering contactherstel tussen moeder en dochter
De moeder vordert in kort geding een omgangsregeling met haar elfjarige dochter, waarbij zij een met dwangsommen versterkte veroordeling van de vader verlangt om contactherstel te bewerkstelligen. De vader oefent sinds 2020 het gezag alleen uit, nadat de moeder door persoonlijke problematiek jarenlang geen ouderrol vervulde en het contact verloren ging. De moeder stelt dat zij inmiddels stabiel is en spoedeisend belang heeft bij snel contactherstel.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de moeder jarenlang afwezig was en onvoldoende invulling gaf aan haar ouderlijke verantwoordelijkheid. De vader staat niet afwijzend tegenover contactherstel maar wil dit onder professionele begeleiding en met het belang van de dochter voorop. Eerder beëindigde hulpverlening concludeerde dat contactherstel niet veilig was. De moeder heeft geen bodemprocedure gestart, maar kiest voor kort geding omdat zij de duur van de bodemprocedure te lang vindt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de moeder weinig realiteitsbesef toont en onvoldoende rekening houdt met het belang van de dochter. Het ontbreken van actuele onderbouwing van haar situatie en het feit dat de vader redelijk en zorgvuldig handelt, maken dat er geen spoedeisend belang is. De vordering wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de moeder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot contactherstel en veroordeeld in de proceskosten.