ECLI:NL:RBNNE:2023:1836
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen intrekking WW-uitkering niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang
Eiseres maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WW-uitkering per 4 september 2017, nadat het UWV haar per 1 september 2017 een Ziektewet-uitkering had toegekend. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en corrigeerde het besluit door de WW-uitkering niet te beëindigen maar in te trekken.
De rechtbank onderzocht ambtshalve of eiseres wel procesbelang had bij haar beroep. Volgens vaste jurisprudentie is procesbelang vereist om een beroep ontvankelijk te verklaren; een louter formeel belang of het streven naar proceskostenvergoeding is onvoldoende.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij door het beroep in een betere positie zou komen. De intrekking van de WW-uitkering betekent dat deze uitkering feitelijk nooit heeft bestaan, waardoor er geen belang is bij inhoudelijke beoordeling. Ook het verzoek om samenhang tussen vier zaken te erkennen voor griffierechtvrijstelling werd afgewezen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WW-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.