ECLI:NL:CRVB:2012:BY0905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij arbeidsverplichtingen WWB
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was tot 23 september 2009 ontheven van arbeidsverplichtingen voor 16 uur per week vanwege medische beperkingen. Na afloop van deze periode werden de arbeidsverplichtingen weer van kracht.
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van de bestuurscommissie dat haar bezwaar tegen de ontheffing ongegrond verklaarde. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep verzocht appellante volledige vrijstelling van arbeidsverplichtingen.
De Raad beoordeelde ambtshalve of appellante voldoende procesbelang had. Gezien het tijdsverloop van vier jaar sinds het besluit en het feit dat geen nieuwe maatregelen of besluiten waren genomen, oordeelde de Raad dat het hoger beroep feitelijk geen betekenis meer kon hebben. Appellante was bovendien niet gesanctioneerd voor het niet voldoen aan arbeidsverplichtingen en was feitelijk met rust gelaten.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.