Eiser heeft bij brief van 31 juli 2021 een verzoek ingediend tot wijziging van drie financiële regelingen omtrent vergoeding van mijnbouwschade en subsidies in het aardbevingsgebied Groningen. Hij wilde dat de toepassingsgebieden van deze regelingen gelijk werden gesteld aan het gebied waar het bewijsvermoeden uit artikel 6:177a BW geldt.
De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft het verzoek afgewezen met de mededeling dat hij niet bevoegd is tot wijziging van deze regelingen en dat er geen sprake is van een aanvraag waarop een besluit kan worden genomen. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing werd kennelijk ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris inderdaad niet bevoegd is om de regelingen te wijzigen, waardoor de reactie geen besluit is en het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard. De rechtbank vernietigt het besluit van 31 maart 2022 voor zover het bezwaar kennelijk ongegrond werd verklaard en voorziet zelf in de zaak door het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. De staatssecretaris moet het griffierecht aan eiser vergoeden.