ECLI:NL:RVS:2025:126
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- N. Verheij
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen wijziging toepassingsgebied mijnbouwschaderegelingen
Appellant verzocht bij brief van 31 juli 2021 om wijziging van het toepassingsgebied van drie financiële regelingen betreffende mijnbouwschade en subsidies in het aardbevingsgebied Groningen. De staatssecretaris wees dit verzoek bij brief van 23 november 2021 af en verklaarde het bezwaar daarop bij besluit van 31 maart 2022 kennelijk ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het verzoek niet was gericht aan een bevoegd bestuursorgaan.
Appellant stelde in hoger beroep dat de minister wel degelijk bevoegd was omdat andere bestuursorganen van hem afhankelijk zijn en hij als bevoegd gezag wordt beschouwd. De minister verduidelijkte schriftelijk waarom hij niet bevoegd is tot wijziging van de regelingen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat het hoger beroep ongegrond is.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.