ECLI:NL:RBNNE:2023:2298
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om zijn woning voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de vondst van aanzienlijke hoeveelheden hard- en softdrugs in de woning en vermoedens van drugshandel.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester bevoegd was en dat de noodzaak en evenredigheid van de maatregel voldoende zijn gemotiveerd. De aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs, attributen voor drugshandel en meldingen van drugshandel vanuit de woning maken sluiting noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat.
Verzoeker voerde aan dat hij een stoornis in het autistisch spectrum heeft en een bijzondere binding met de woning, en dat sluiting disproportionele gevolgen zou hebben. Deze stellingen zijn onvoldoende onderbouwd, mede omdat medische stukken gedateerd zijn en er geen bewijs is dat verzoeker zijn woning verliest of op een zwarte lijst komt. De burgemeester bood bovendien hulp bij tijdelijke huisvesting.
Gelet op de ernst van de situatie, de kwetsbaarheid van de wijk en de noodzaak tot handhaving, is de voorlopige voorziening afgewezen. Het besluit tot sluiting wordt niet geschorst en verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.