Eiser, een vrachtwagenchauffeur en ondernemer van een klein transportbedrijf, kreeg een bestuurlijke boete van €10.875 opgelegd door de minister van Infrastructuur en Milieu wegens het onjuist registreren van rusttijden in de tachograaf. De overtreding bestond uit het rijden zonder bestuurderskaart en het handmatig invoeren van rusttijden terwijl er daadwerkelijk werd gereden.
De rechtbank bevestigde dat de overtreding ernstig is en dat eiser hiervoor normaal verwijtbaar is. De minister baseerde de boete op een beleidsregel die geen onderscheid maakt naar de omvang van het bedrijf. De rechtbank oordeelde echter dat dit beleid in dit geval leidt tot een onevenredige sanctie omdat de financiële impact op het kleine bedrijf van eiser relatief zwaar is.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en matigde de boete naar €6.000, waarbij zij rekening hield met de ernst van de overtreding en de financiële draagkracht van het bedrijf. Tevens werd het griffierecht aan eiser vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter L. Willems-Keekstra en griffier A.P. Voorham op 20 juni 2023.