Eiser, eigenaar van een woonboerderij in Zevenhuizen, vordert schadevergoeding voor diverse schades die hij toeschrijft aan mijnbouwactiviteiten. Verweerder kende een beperkte vergoeding toe, waarna eiser bezwaar maakte en een contra-expertise overlegd. De bezwaaradviescommissie bracht een eigen advies uit, waarna verweerder het bezwaar deels afwees. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank toetst of de schade door mijnbouwactiviteiten is veroorzaakt of verergerd, waarbij het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW geldt. Verweerder moet aannemelijk maken dat een andere autonome oorzaak de schade verklaart. Deskundigen van verweerder stelden dat thermische werking, verschilzetting, onvoldoende lateifunctie, veroudering en bouwkundige aspecten de schades verklaren. Eiser voerde tegenargumenten aan, maar deze werden door de rechtbank onvoldoende onderbouwd bevonden.
Ook de invloed van trillingen door aardbevingen is door verweerder gemotiveerd uitgesloten, mede gelet op grenswaarden en deskundigenrapporten. De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende heeft aangetoond dat de schade niet door mijnbouwactiviteiten is veroorzaakt of verergerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.