Eisers, HiNerg B.V. en een natuurlijke persoon, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun verzoek om tegemoetkoming in planschade als gevolg van het bestemmingsplan “Delfzijl Windpark Zuid, herziening 2018”. De rechtbank verklaart het beroep van eiser niet-ontvankelijk omdat hij niet tijdig als belanghebbende is vermeld in het beroepschrift. Het beroep van HiNerg B.V. wordt ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betreft de vraag of eisers recht hebben op vergoeding van inkomensschade en waardedaling doordat zij hun windturbines niet kunnen vervangen door grotere exemplaren vanwege uniformiteitseisen in het bestemmingsplan. De rechtbank stelt vast dat op de peildatum, de inwerkingtreding van het bestemmingsplan op 6 september 2018, nog geen aanvang was gemaakt met de bedrijfsvoering van de opgeschaalde turbines.
Volgens vaste jurisprudentie komt inkomensderving uit nog niet aangevangen bedrijfsvoering in principe niet voor vergoeding in aanmerking, tenzij er onomkeerbare investeringen zijn gedaan. De rechtbank oordeelt dat de door eisers opgevoerde kosten voor vergunningaanvraag geen onomkeerbare investeringen zijn. Daarnaast is sprake van verlies van een tijdelijk voordeel dat voortvloeit uit het bestemmingsplan “Buitengebied Zuid”, dat een gunstiger planologisch regime bood dan het eerdere bestemmingsplan. Dit tijdelijk voordeel wordt door het nieuwe bestemmingsplan ongedaan gemaakt en komt niet voor vergoeding in aanmerking.
Eisers hebben betoogd dat hun situatie afwijkt van eerdere jurisprudentie omdat meerdere bestemmingsplannen zijn vastgesteld en zij actief hebben geprobeerd het voordeel te gelde te maken. De rechtbank volgt dit niet en bevestigt dat de gevolgen van het mislukken van een poging tot benutting van planologisch voordeel voor rekening van eisers komen. Het besluit tot afwijzing van de tegemoetkoming in planschade blijft daarom in stand.