ECLI:NL:RVS:2022:570
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na vervallen detailhandelsbestemming
Appellant is eigenaar van percelen te Hulst waarop aanvankelijk een detailhandelsbestemming rustte. Na vaststelling van een nieuw bestemmingsplan verviel deze bestemming en werd de bestemming 'gemengd' met beperktere functies opgelegd.
Appellant vorderde een tegemoetkoming in planschade van € 8.160.000,00 wegens het wegvallen van de detailhandelsbestemming. Het college wees dit verzoek af, gesteund op het advies van SAOZ en het oordeel dat appellant geen schade had geleden of aanspraak maakte op compensatie.
De rechtbank oordeelde dat het nadeel van appellant bestond uit het wegvallen van tijdelijk voordeel, waarvoor geen tegemoetkoming wordt toegekend. Appellant stelde in hoger beroep dat zij diverse pogingen had gedaan om het tijdelijke voordeel te gelde te maken, onder meer door aanvragen voor omgevingsvergunningen.
De Afdeling overwoog dat het mislukken van deze pogingen niet aan het vervallen van de bestemming te wijten was, maar aan strijdigheid met redelijke eisen van welstand. Daarom kwam het risico daarvoor voor rekening van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.