ECLI:NL:RBNNE:2023:325
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardedalingsvergoeding mijnbouwschade volgens methode van Atlas
Eiser betwist de door het Instituut Mijnbouwschade Groningen toegepaste methode van Atlas voor het berekenen van waardedalingsvergoeding van zijn woning in het aardbevingsgebied. Hij stelt dat de methode technisch, feitelijk en juridisch onhoudbaar is, onder meer vanwege het ontbreken van een voldoende geologisch fundament en het ongeschikte gebruik van de WOZ-waarde op 1 januari 2019 als peildatum. Daarnaast voert eiser aan dat zijn woning een hogere waardedaling heeft ondergaan dan door het Instituut erkend.
De rechtbank overweegt dat de methode van Atlas, gebaseerd op een uitgebreid vergelijkingsonderzoek en statistische analyse, voldoet aan de eisen van redelijkheid en doelmatigheid. Het Instituut heeft de berekening van de waardedalingsvergoeding conform zijn beleidsregel uitgevoerd, waarbij de peildatum voor eiser ligt op de datum van verkoop van de woning in december 2017. De rechtbank wijst de bezwaren van eiser tegen de methode af en stelt dat het Instituut niet hoeft af te wijken van zijn beleidsregel, omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de door eiser voorgestelde concrete berekening niet alleen het effect van het aardbevingsrisico isoleert, maar ook andere marktontwikkelingen omvat, waardoor deze niet geschikt is als basis voor een hogere vergoeding. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het Instituut terecht geen hogere waardedalingsvergoeding heeft toegekend. Eiser krijgt het griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de hoogte van de waardedalingsvergoeding wordt ongegrond verklaard; de methode van Atlas en het besluit van het Instituut worden bevestigd.