ECLI:NL:RBNNE:2023:3485
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.A.M. Kager
- R.R. van der Heide
- M. Pelinck
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen uitspraak op bezwaar inzake WOZ-waarde en OZB-aanslag niet-woonobject
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde die ten grondslag ligt aan een aanslag onroerende zaakbelasting (OZB) voor een niet-woning. Eiseres maakte bezwaar tegen de aanslag OZB met als grond dat de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld en exclusief BTW moest worden gewaardeerd.
De rechtbank stelt vast dat de WOZ-waarde reeds bij besluit van 28 februari 2021 is vastgesteld en dat daartegen geen bezwaar is gemaakt. Hierdoor staat de WOZ-waarde vast en kan deze niet via bezwaar tegen de OZB-aanslag worden aangevochten. De rechtbank oordeelt dat de door verweerder toegepaste verlaging van de WOZ-waarde een ambtshalve vermindering betreft waartegen geen bezwaar en beroep mogelijk is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de uitspraak op bezwaar. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar inzake de WOZ-waarde en OZB-aanslag wordt ongegrond verklaard.