ECLI:NL:HR:2022:1033
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid bestuursrechter bij verrekening belastingteruggave
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de verrekening van een belastingteruggave met een openstaande belastingschuld. De Ontvanger verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en de Rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het besluit niet vatbaar is voor bezwaar en beroep bij de belastingrechter.
In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof Amsterdam dat de bestuursrechter niet bevoegd was en vernietigde de uitspraak van de Rechtbank, waarbij het hof de rechtbank onbevoegd verklaarde. De Hoge Raad stelt dat vernietiging wegens een misslag in het dictum alleen zinvol is als het appellant dient, wat hier niet het geval is omdat het hoger beroep alleen ongegrond verklaard kan worden.
De Hoge Raad concludeert dat het corrigeren van het dictum geen belang dient voor belanghebbende en verklaart het cassatieberoep ongegrond. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel dat de bestuursrechter niet bevoegd is bevestigd.