ECLI:NL:RBNNE:2023:3572
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie transitievergoeding wegens te late indiening aanvragen
Eiseres, een werkgever in de zorgsector, diende aanvragen in bij het UWV voor compensatie van transitievergoedingen die zij aan ex-werknemers betaalde na beëindiging van hun dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze aanvragen werden door het UWV afgewezen omdat zij meer dan zes maanden na betaling werden ingediend, een termijn die is vastgelegd in de Regeling compensatie transitievergoeding.
Eiseres voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege de impact van de coronapandemie, een reorganisatie en inzet van een stagiaire voor de aanvragen. De rechtbank oordeelde echter dat de overschrijding van twee tot zes maanden aanzienlijk was en dat eiseres als grote organisatie verantwoordelijk was voor tijdige indiening. Het beroep op verschoonbaarheid werd verworpen.
Verder stelde eiseres dat de termijnregeling in strijd was met artikel 7:673e BW en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank stelde vast dat de ministeriële regeling conform de wettelijke bevoegdheid is vastgesteld en dat het hanteren van een zesmaandentermijn passend en noodzakelijk is voor een goede uitvoering. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, handhaafde de afwijzing van de compensatieaanvragen en wees proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen af en handhaaft de afwijzing van de compensatieaanvragen wegens te late indiening.