ECLI:NL:RBNNE:2023:3679
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling wegens onvoldoende effectiviteit en strijd tussen ouders
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 30 augustus 2023 het verzoek van de gecertificeerde instelling om de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen. De ondertoezichtstelling was ingesteld vanwege ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van het kind, voornamelijk veroorzaakt door de voortdurende strijd tussen de gescheiden ouders.
De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd om de ondertoezichtstelling te verlengen, vanwege spanningen tussen de ouders en zorgen over de opvoedsituatie. De moeder kampt met psychische problematiek en er zijn zorgen over de omgang met de vader, die in het verleden veroordeeld is voor een zedenmisdrijf. De stiefvader heeft een geweldsdelict op zijn naam staan.
De rechtbank constateert echter dat de ondertoezichtstelling onvoldoende effectief is geweest om de problemen te verminderen. De strijd tussen de ouders is niet afgenomen en de omgangsregeling wordt niet nageleefd, ondanks dwangmiddelen. De voorgestelde hulpverleningstrajecten kunnen ook buiten een ondertoezichtstelling worden gevolgd. Gezien het ontbreken van effectiviteit en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven, is verlenging niet proportioneel en in strijd met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat de zorgen over de opvoedsituatie op zichzelf geen verlenging rechtvaardigen. De moeder accepteert hulpverlening en het kind geeft aan het naar haar zin te hebben bij de moeder en stiefvader. De vader heeft geen gezag en kan beperkt worden beïnvloed. De ondertoezichtstelling duurt inmiddels ruim drie jaar en heeft weinig verbetering gebracht.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden via de griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende effectiviteit en disproportionaliteit.