Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Benadeelde partij
Standpunt van de officier van justitie
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting in april 2020. Aangeefster verklaarde dat verdachte haar met geweld had gedwongen tot seksuele handelingen, waarbij tiewraps, ducttape en een mes werden gebruikt. Verdachte ontkende dit en stelde dat aangeefster het incident in scène had gezet en zichzelf letsel had toegebracht.
De rechtbank beoordeelde het bewijs, waaronder verklaringen van aangeefster, getuigen, WhatsApp-berichten en forensisch onderzoek. Hoewel de lezing van aangeefster enige ondersteuning vond in de aangetroffen tiewraps, ducttape en letsel, waren er ook verklaringen en sporen die het scenario van verdachte ondersteunden. Het forensisch onderzoek gaf geen uitsluitsel.
Gezien de wisselende en onduidelijke verklaringen van aangeefster en de consistente verklaring van verdachte, concludeerde de rechtbank dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het feit niet bewezen was. De benadeelde partij draagt haar eigen proceskosten.
Het vonnis werd uitgesproken op 26 september 2023 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.