Eisers, eigenaren van een woning in Groningen, vorderden schadevergoeding wegens lekkageschade die zij toeschrijven aan mijnbouwactiviteiten. Verweerder kende een deel van de schadevergoeding toe, maar wees de lekkageschade af. Eisers stelden dat de lekkage veroorzaakt werd door bewegingen in een zachte cementlaag boven de betonvloer, gevoelig voor aardbevingen.
Deskundigen van verweerder onderzochten de schade en concludeerden dat de vloer als geheel beweegt en dat de leiding niet zodanig kan bewegen ten opzichte van de vloer dat schade ontstaat. Ook was er geen sprake van scheuren nabij de leiding en voldeden de trillingssnelheden niet aan de drempelwaarden voor schade.
De rechtbank overwoog dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat het bewijsvermoeden niet van toepassing is en dat eisers onvoldoende concrete aanwijzingen hebben gegeven om aan de deskundige adviezen te twijfelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.