ECLI:NL:RBNNE:2023:4263
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit op aanvraag pgb, voorlopige voorziening afgewezen
Verzoekster heeft op 28 september 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag voor een persoonsgebonden budget (pgb) ingediend op 7 juli 2023 bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noardeast-Fryslân. Tevens heeft zij op 29 september 2023 een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voldoende is aangetoond, maar dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het college niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken heeft beslist.
Het college heeft de beslistermijn niet verlengd en is door verzoekster op 11 september 2023 in gebreke gesteld. De voorzieningenrechter draagt het college op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen over de aanvraag, waarbij ook een tijdelijke toekenning van zorg in de vorm van een pgb mogelijk is. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard en daarmee het spoedeisend belang vervalt.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoekster, omdat de zaak uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter T.F. Bruinenberg en uitgesproken op 17 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de pgb-aanvraag is gegrond verklaard en het college is opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen; het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.