ECLI:NL:RBNNE:2023:4277
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woningsluiting wegens hennepplantage op grond van artikel 13b Opiumwet
Eiser is eigenaar van een woning waarin de politie een professionele hennepplantage aantrof met 90 planten en bijbehorende apparatuur. De burgemeester legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning voor drie maanden. Eiser voerde aan dat de sluiting onevenredig was en dat een lichtere maatregel passend zou zijn.
De rechtbank stelt vast dat eiser de bevoegdheid van de burgemeester en het beleid niet betwist, maar dat de evenredigheid van de maatregel in geschil is. De rechtbank baseert zich op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid van de maatregel.
De rechtbank oordeelt dat de hennepplantage professioneel was en dat de woning een rol speelde in de drugshandelketen. De burgemeester heeft voldoende onderbouwd dat sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en het voorkomen van herhaling. De verwijtbaarheid van eiser staat vast, omdat hij de hennepkwekerij toestond en illegale stroomaftapping toeliet.
Hoewel eiser de nadelige gevolgen van de sluiting aanvoert, zijn deze inherent aan de maatregel en vormen geen bijzondere omstandigheden. Vergelijkingen met ander beleid in andere gemeenten zijn niet doorslaggevend. De rechtbank concludeert dat de belangen van eiser zijn meegewogen en dat de sluiting evenwichtig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de woning wegens een hennepplantage wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.