Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 16 januari 2020 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerwolde over brutering van terugvordering op grond van de Participatiewet. Daarnaast heeft zij beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college naar aanleiding van bezwaar tegen het besluit van 6 september 2019.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het schrijven van 16 januari 2020 moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit besluit was gericht aan de gemachtigde van eiseres, een advocaat, die geacht wordt zijn cliënt te informeren. De rechtbank oordeelde dat het besluit op juiste wijze bekend is gemaakt, ook al was het niet rechtstreeks aan eiseres gericht.
Het beroep tegen het besluit van 16 januari 2020 is echter te laat ingediend, ruim na de wettelijke beroepstermijn van zes weken. Eiseres kon geen geldige reden aanvoeren om het te late beroep te rechtvaardigen, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is eveneens niet-ontvankelijk, omdat het college al op tijd een besluit had genomen op 16 januari 2020.
Verder stelde eiseres dat het college een nieuw primair besluit had moeten nemen op basis van het advies van de commissie bezwaarschriften, maar de rechtbank oordeelde dat het college niet verplicht was dit advies op te volgen. Ook het beroep dat het bezwaar niet volledig was behandeld wegens communicatieproblemen tussen het UWV en het college faalde.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en verzoeken tot heropening afgewezen omdat nieuwe stukken geen nieuw licht op de zaak konden werpen. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en de beroepen zijn allebei niet-ontvankelijk verklaard.