ECLI:NL:RBNNE:2023:5011

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
5 december 2023
Publicatiedatum
5 december 2023
Zaaknummer
C/18/227009 / FA RK 23-5238
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 IVRKArt. 1:5, tweede lid, BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator bij ontkenning en vaststelling vaderschap en adoptie

De rechtbank Noord-Nederland heeft in een gecombineerde procedure verzoeken behandeld die betrekking hebben op een minderjarige geboren uit het huwelijk van draagouders, waarbij wensouders het juridische ouderschap willen verkrijgen. De draagouders en wensouders hebben uiteenlopende verzoeken ingediend, waaronder de benoeming van een bijzondere curator, ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap, gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, wijziging van het gezag en adoptie.

De rechtbank overweegt dat de Nederlandse wet geen regeling kent die toelaat dat wensouders het juridische ouderschap verkrijgen terwijl het kind uit het huwelijk van draagouders is geboren. Daarom wordt een bijzondere curator benoemd om de belangen van de minderjarige te behartigen, met het oog op een mogelijk verzoek tot ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap. Dit is in lijn met artikel 3 IVRK Pro en jurisprudentie van de Hoge Raad.

De rechtbank wijst tevens op de forumkeuze van partijen en besluit af te wijken van het zaakstoedelingsreglement vanwege het zwaarwegende belang. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat de bijzondere curator zijn onderzoek heeft afgerond en gerapporteerd. De beschikking is uitgesproken door kinderrechter B.R. Tromp op 5 december 2023.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige te behartigen en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rekestnummer: C/18/223264 / FA RK 23-2348 en C/18/227009 / FA RK 23-5238
beschikking van 5 december 2023 over de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap, de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, het gezag en de adoptie in de zaken die betrekking hebben op

[de minderjarige] ,

die geboren is op [geboortedag] [geboortemaand] 2023 in de gemeente [geboorteplaats] ,
en die hierna “ [de minderjarige] ” wordt genoemd.
De rechtbank wijst in deze zaken als belanghebbenden aan:

[de draagouders] ,

die beiden wonen in [woonplaats 1] ,
en die hierna “de draagouders” worden genoemd,
advocaat mr. K.S.M. Smienk, die zich aan de zaak heeft onttrokken.

[de wensouders] ,

die beiden wonen in [woonplaats 2] ,
en die hierna “de wensouders” worden genoemd,
advocaat mr. M.M. Mok, kantoorhoudende te Groningen.

Het procesverloop

In de zaak met het zaaknummer C/18/223264 / FA RK 23-2348:
Op 12 juni 2023 hebben de draagouders een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend waarin wordt verzocht:
(…) een bijzondere curator te benoemen voor het nu nog ongeboren kind waarvan de draagmoeder zwanger is, die het kind zal kunnen vertegenwoordigen ter zake van het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van [naam 1] alsmede tot het verzoek om gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de wensvader waarvan het kindje genetisch gezien van afstamt.
In de zaak met het zaaknummer C/18/227009 / FA RK 23-5238:
Op 2 oktober 2023 hebben de wensouders een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend waarin wordt verzocht:
een bijzondere curator (prenataal) te benoemen voor het kind waar [naam 2] op dit moment in verwachting is;
te bepalen dat het gezag van [naam 2] wordt beëindigd over de uit haar in vermoedelijk 22 oktober 2023 te geboren baby en dat de biologische wensouder ( [naam 3] of [naam 4] ) (na de vaststelling van zijn vaderschap) alleen met het gezag over de uit [naam 2] te geboren baby wordt belast;
de adoptie uit te spreken van de uit [naam 2] te geboren baby door de niet-biologische wensvader ( [naam 3] of [naam 4] ), te bepalen dat de adoptie terugwerkt tot aan de geboorte, en voor recht te verklaren dat de familierechtelijke betrekkingen tussen de biologische wensvader ( [naam 3] of [naam 4] ) en de baby in stand blijven na de adoptie door de niet-biologische wensvader ( [naam 3] of [naam 4] );
te bepalen dat de geslachtsnaam van de baby dezelfde naam is als de geslachtsnaam van de niet-biologische wensvader;
te verstaan dat na de adoptie door de niet-biologische wensvader ( [naam 3] of [naam 4] ) beide wensouders met het gezag over de baby zijn belast en hiervan een aantekening te laten maken in het gezagsregister.
Op 22 november 2023 en op 24 november 2023 heeft de rechtbank een F9-formulier met bijlage ontvangen van de wensouders.
In beide zaken:
Op 1 december 2023 zijn de verzoeken gevoegd en mondeling behandeld. De rechter heeft toen gesproken met de draagouders, de wensouders, de advocaat van de wensouders en drs. [naam 5] , die de Raad voor de Kinderbescherming (hierna "de Raad") vertegenwoordigt.

De feiten

De rechter kan bij de beoordeling van de verzoeken uitgaan van de volgende feiten die blijken uit de onweersproken gebleven inhoud van de verzoekschriften en de daarop tijdens de mondelinge behandeling gegeven toelichting.
De draag- en wensouders zijn met elkaar in contact gekomen via de Stichting Zwanger Voor Een Ander. Deze stichting heeft als doel om draagmoeders en wensouders en eiceldonoren bij elkaar te brengen om ervaringen en tips uit te wisselen met betrekking tot draagmoederschap.
Dit contact heeft geleid tot een keuze voor draagmoederschap bij de draagouders om de kinderwens van de wensouders te vervullen.
Dit heeft geleid tot de zwangerschap van de draagmoeder en haar bevalling van [de minderjarige] op [geboortedag] [geboortemaand] 2023.
[de minderjarige] woont vanaf zijn geboorte bij zijn wensouders.

De beoordeling

Waar gaat het om in de gevoegd behandelde zaken?
Het gaat in de gevoegd behandelde zaken om [de minderjarige] , die uit het huwelijk van zijn moeder en zijn (juridische) vader is geboren. Hij is geboren uit dat huwelijk, vanuit de wens van zijn moeder en (juridische) vader om als draagouders het mogelijk te maken dat hij zal opgroeien in het gezin van de wensouders, waarvan wordt aangenomen dat een van hen de biologische vader is van [de minderjarige] . In lijn met die intentie willen de draag- en wensouders van [de minderjarige] regelen dat het daarheen wordt geleid dat de wensouders zijn juridische ouders worden, die samen het gezag over hem zullen uitoefenen.
Omdat de Nederlandse wet niet voorziet in een regeling die mogelijk maakt wat de draag- en wensouders willen, zijn door de wens- en draagouders uiteenlopende verzoeken aan de rechtbank gedaan die bezien vanuit een zekere samenhang erop zijn gericht dat een bijzondere curator wordt benoemd over [de minderjarige] die de rechtbank voor hem zal verzoeken de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap gegrond te verklaren. Met die beslissing wordt het mogelijk dat de overige verzoeken kunnen worden behandeld en beslist. Dat kan ertoe leiden dat gerechtelijk wordt vastgesteld wie de biologische vader van [de minderjarige] is, die daardoor de juridische vader van [de minderjarige] wordt, die vader vervolgens uitsluitend het gezag over [de minderjarige] zal uitoefenen, de partner van die vader [de minderjarige] adopteert en vervolgens samen met die vader het gezag uitoefent.
Welke locatie van de Rechtbank Noord-Nederland is bevoegd om de verzoeken te behandelen?
De wens- en draagouders hebben een uitdrukkelijke forumkeuze gedaan voor de locatie Groningen van de rechtbank Noord-Nederland. Zij hebben tijdens de mondelinge behandeling aan de rechter toegelicht waarom die keuze is gemaakt en welk belang met die keuze wordt gediend. De rechter stelt vast dat de wet uitsluit dat in een verzoekschriftenprocedure een forumkeuze wordt gedaan. De wet wijst deze rechtbank aan om de verzoeken te behandelen. Strikt genomen staat het ook niet aan partijen vrij om door een forumkeuze af te wijken van de locatie die door het zaakstoedelingsreglement wordt aangewezen. De rechter vindt echter dat een toereikend zwaarwegend belang is aangevoerd om daarvan af te wijken, zodat hij de zaak zal behandelen en beslissen.
De benoeming van een bijzondere curator
De rechter benoemt hierna een bijzondere curator. Dat doet hij met het oog op de mogelijkheid dat vanuit het belang van [de minderjarige] een bijzondere curator mogelijk een verzoek tot gegrondverklaring van het door het huwelijk ontstane vaderschap van de draagvader zal willen doen. De rechtbank vindt het belang van [de minderjarige] dat wordt gediend met de benoeming van een bijzondere curator, zwaarder wegen dan het algemene belang dat wordt gediend met een wettelijke regeling die uitsluit dat het verzoek tot ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap niet, zoals in dit geval, door de draagouders kan worden gedaan en er daardoor geen afstammingszaak kan zijn die tot een benoeming van een bijzondere curator kan leiden die de belangen van [de minderjarige] behartigt.
De gegrondverklaring van het door het huwelijke ontstane vaderschap
Omdat [de minderjarige] is geboren uit het huwelijk van zijn draagouders, zijn de draagouders zijn juridische ouders. Omdat de Nederlandse wet het uitsluitend mogelijk maakt dat een kind twee ouders heeft, betekent dit dat de huwelijkse band tussen de draagouders in beginsel de mogelijkheid uitsluit voor de wensouders om juridische ouders te worden en eveneens om (ouderlijk) gezag over [de minderjarige] uit te kunnen oefenen. Dat klemt omdat het ter vrije bepaling van de draag- en wensouders staat om, zoals in dit geval, te besluiten dat niet de draagouders maar de wensouders volledig en uitsluitend verantwoordelijk zullen zijn voor de opvoeding en verzorging van [de minderjarige] .
Onder zodanige omstandigheden vindt de rechter dat hij op de voet van artikel 3 IVRK Pro en in afwijking van wat wettelijk gezien mogelijk is, ambtshalve een bijzondere curator kan benoemen om de belangen van [de minderjarige] te behartigen.
De rechter overweegt ten overvloede dat die benoeming niet betekent dat hij vindt dat de bijzondere curator een verzoek moet doen tot gegrondverklaring van de ontkenning van het door het huwelijk ontstane vaderschap. Of dat verzoek moet worden gedaan, staat ter vrije bepaling van de bijzondere curator die een eigen afweging moet maken van de betrokken belangen (zie: HR 31 oktober 2003, ECLI:NL:2003:AJ3261, r.o. 3.4.)
De verdere verzoeken
De rechter wacht eerst de bevindingen van de hierna te benoemen bijzondere curator af. Voor het geval dat de bijzondere curator het verzoek tot gegrondverklaring doet en dat verzoek door de rechter wordt toegewezen, geldt dat de wensouders een geslachtsnaamkeuze hebben uitgebracht, zij het dat zij die keuze hebben uitgebracht voor het geval de adoptie wordt uitgesproken.
De rechter wijst op artikel 1:5, tweede lid, BW dat regelt, voor zover hier van belang:
(…) Indien een kind door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in familierechtelijke betrekking tot de vader komt te staan, houdt het de geslachtsnaam van de moeder, tenzij de moeder en de man, wiens vaderschap is vastgesteld, ter gelegenheid van de vaststelling gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de vader zal hebben.
De wensouders hebben uitsluitend een geslachtsnaamkeuze gedaan voor het geval de adoptie plaatsvindt. De rechter gaat ervan uit dat bij de gerechtelijke vaststelling geen keuze wordt uitgebracht en dat de keuzemogelijkheid uitsluitend wordt benut wanneer het tot een adoptie komt. Daarbij is een gezichtspunt dat bij de gerechtelijke vaststelling het niet mogelijk is om te kiezen voor de geslachtsnaam van de niet-biologische wensvader. Wanneer deze aanname onjuist is, verzoekt de rechter de wensouders zich hierover bij akte uit te laten en dan ook duidelijk te maken voor welke geslachtsnaam bij de gerechtelijke vaststelling wordt gekozen.
Een en ander brengt met zich dat de volgende beslissing moet worden genomen.

De beslissing

De rechter:
benoemt mr. M. Wierts, advocaat die in Groningen kantoor houdt, tot bijzondere curator over [de minderjarige] ;
verzoekt de bijzondere curator onderzoek te doen en schriftelijk te rapporteren aan de rechtbank en de belanghebbenden binnen uiterlijk twee maanden na vandaag;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.R. Tromp, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. S. Eding, de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak.
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden