ECLI:NL:RBNNE:2023:5068
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WW-uitkering wegens inkomen hoger dan 87,5% van het maandloon
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WW-uitkering per 1 juli 2018 te beëindigen vanwege een inkomen dat hoger was dan 87,5% van het maandloon. De rechtbank stelde vast dat het SV-loon van €582,54 voor juli 2018 niet in geschil was en dat het dagloon van €31,82 rechtsgeldig was vastgesteld bij een eerder besluit.
Eiseres betoogde dat onduidelijkheid bestond over de berekening van het dagloon en maandloon, en dat het vakantiegeld ten onrechte was meegenomen in het inkomen van juli 2018. De rechtbank oordeelde dat het UWV de berekening voldoende had toegelicht en dat het meenemen van vakantiebijslag conform de geldende regelgeving was, omdat vakantiebijslag in die maand werd opgebouwd, ongeacht de uitbetaling in 2019.
Verder stelde de rechtbank vast dat het dossier compleet was en dat er geen samenhang met andere zaken bestond. De rechtbank concludeerde dat het UWV het besluit op juiste gronden had genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WW-uitkering per 1 juli 2018.