Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) waarin zijn aanvraag voor vergoeding van immateriële schade werd afgewezen. Het IMG hanteert een puntensysteem gebaseerd op vier bouwstenen: locatie, veiligheid, omvang fysieke schade en duur van de schadeafhandeling, met een maximale vergoeding van €5.000 per persoon. Eiser ontving aanvankelijk onvoldoende punten, waardoor geen vergoeding werd toegekend.
Tijdens de behandeling van het beroep heeft het IMG een herzien besluit genomen waarin het aantal punten werd aangepast en een vergoeding van €1.500 werd toegekend. Eiser betwistte echter dat het aantal toegekende punten correct was, met name voor de bouwstenen fysieke schade, veiligheid en duur van de procedure.
De rechtbank oordeelt dat het puntensysteem passend is, maar dat in het oorspronkelijke besluit onterecht geen punt was toegekend voor de duur van de procedure. De rechtbank wijst erop dat de fysieke schade aan de badkamer niet in deze procedure kan worden heroverwogen omdat het besluit hierover in rechte vaststaat. Ook acht de rechtbank het subjectieve veiligheidsgevoel van eiser onvoldoende onderbouwd om punten toe te kennen voor veiligheid.
Uiteindelijk concludeert de rechtbank dat het herziene besluit van 5 oktober 2023 het gebrek herstelt en dat de vergoeding van €1.500 passend is. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 9 mei 2023 vernietigd en het herzien besluit in stand gelaten. Het IMG wordt verplicht het griffierecht aan eiser te vergoeden.