ECLI:NL:RBNNE:2023:5169
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen waardedalingsvergoeding mijnbouwschade woning
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de door het Instituut Mijnbouwschade Groningen toegekende waardedalingsvergoeding van € 2154,04 voor zijn woning in een aardbevingsrisicogebied. Hij stelt dat de vergoeding te laag is en dat de regeling onterecht uitgaat van finale kwijting, terwijl hij vindt dat de vergoeding de herbouwwaarde van zijn woning zou moeten bedragen.
De rechtbank oordeelt dat de waardedalingsvergoeding uitsluitend bedoeld is voor waardevermindering door het risico van aardbevingen en niet voor fysieke schade aan de woning. De regeling is gebaseerd op een abstracte schadebegroting volgens de methode van Atlas voor gemeenten, waarbij alleen waardedaling door imago-effect en trillingen vanaf 2,9 mm/s wordt vergoed. In dit geval is geen sprake van trillingen boven die grens.
Verder is vastgesteld dat eiser bij zijn aanvraag akkoord is gegaan met de eenmalige vergoeding en finale kwijting. De rechtbank wijst erop dat de vergoeding persoonsgebonden is en niet aan de woning gekoppeld, waardoor een toekomstige eigenaar ook een aanvraag kan doen bij verdere waardedaling. Een heroverweging van de vergoeding is mogelijk bij nieuwe aardbevingen, conform de procedure van het Instituut Mijnbouwschade Groningen.
De rechtbank concludeert dat de waardedalingsregeling niet bedoeld is om de herbouwwaarde te vergoeden en dat eiser zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de waardedalingsvergoeding wordt ongegrond verklaard en de eenmalige vergoeding blijft in stand.