ECLI:NL:RVS:2022:3218
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding waardedaling woning door aardbevingen in Groningen
Het Instituut Mijnbouwschade Groningen wees de aanvraag van appellante om vergoeding van waardedaling van haar woning af, omdat zij tijdens de zwaarste aardbeving in 2012 nog geen eigenaar was en er tussen haar eigendom vanaf 2016 en 2019 geen bevingen met een grondsnelheid van minimaal 2,9 mm/s plaatsvonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De waardedaling wordt berekend met de methode van Atlas Research, waarbij het imago-effect van de aardbevingen en het aantal bevingen boven de grenswaarde per postcodegebied worden meegewogen. De vergoeding wordt toegekend aan de eigenaar op het moment van de zwaarste beving, omdat het imago-effect dan intreedt. Appellante werd pas eigenaar in 2016 en kon bij aankoop rekening houden met het risico, waardoor de waardedaling door het imago-effect aan haar rechtsvoorganger toekomt.
De Raad van State oordeelt dat het Instituut de regeling correct heeft toegepast en dat de afwijzing terecht is. Taxaties van makelaars werden niet overlegd en kunnen niet op tegen het grootschalige empirische onderzoek van Atlas. Ook het bezwaar tegen het definitieve karakter van de vergoeding faalt, omdat toekomstige aardbevingen en hun effecten inherent onzeker zijn en alleen bij onvoorziene, substantiële prijseffecten heroverweging mogelijk is.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot vergoeding van waardedaling bevestigd.