ECLI:NL:RBNNE:2023:5324
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toeslagpartnerschap en wijziging voorschot zorgtoeslag bij gezamenlijke inschrijving en kinderen
Eiser maakte bezwaar tegen de wijziging van het voorschot zorgtoeslag 2022, omdat verweerder zijn huisgenote als toeslagpartner aanmerkte. De rechtbank stelt vast dat eiser en zijn huisgenote sinds 4 februari 2022 op hetzelfde adres in de BRP staan ingeschreven en uit hun relatie twee kinderen zijn geboren. Hierdoor zijn zij volgens artikel 3 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) toeslagpartners.
Eiser voerde aan dat de huisgenote slechts een kamer huurt en dat verweerder aanvankelijk had aangegeven dat bij een onderhuurrelatie geen toeslagpartnerschap zou gelden. De rechtbank overweegt echter dat de wet dwingend voorschrijft dat in deze situatie sprake is van toeslagpartnerschap en dat het inkomen van de huisgenote meetelt bij de vaststelling van de zorgtoeslag.
De rechtbank wijst erop dat de Awir een formele wet is en dat de bepalingen niet getoetst kunnen worden aan het evenredigheidsbeginsel of artikel 3:4 Awb Pro. Het eerdere onjuiste bericht van verweerder verandert hier niets aan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Terugvordering van te veel ontvangen toeslag is niet onderdeel van dit geding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot wijziging van het voorschot zorgtoeslag blijft in stand.