ECLI:NL:RVS:2023:2013
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening toeslagen en terugvordering ondanks betwisting partnerschap en evenredigheidsbeginsel
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de aan appellant toegekende voorschotten zorg- en huurtoeslag over 2019 herzien en grotendeels op nihil gesteld vanwege een te hoog toetsingsinkomen. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn toeslagpartner ten onrechte als partner was aangemerkt en dat terugvordering in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het evenredigheidsbeginsel met betrekking tot terugvordering niet inhoudelijk beoordeelde omdat appellant uitstel van betaling had gekregen. Appellant ging in hoger beroep en betoogde dat de Belastingdienst had moeten afzien van het partnerschap en terugvordering.
De Raad van State oordeelt dat het partnerschap terecht is vastgesteld op basis van dwingende wettelijke bepalingen en dat het evenredigheidsbeginsel geen uitzondering rechtvaardigt. Wel had de rechtbank het beroep op evenredigheid bij terugvordering inhoudelijk moeten beoordelen, maar de Afdeling acht de terugvordering niet onevenredig. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de toeslagen en de terugvordering door de Belastingdienst worden bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.